En ineens is alles anders

Trouwe lezers (zijn die er?) is het waarschijnlijk wel opgevallen: er heerste weer eens volkomen radiostilte op m’n blog. Nou is dat op zich niks nieuws – sterker nog, dat gebeurt regelmatig – maar de oorzaak is wel nieuw. Het is foute boel. ‘t Moet ook maar eens hier gezegd.

Ik ging naar de dokter omdat ik al zo lang hoestte. De dokter zei: ga maar een longfoto laten maken. En daarna een CT-scan. En toen bleek het dus foute boel.

Er is longkanker in het tweede stadium geconstateerd. ‘Tweede stadium’ (van de vier in totaal), dat betekent dat de dichtstbijzijnde lymfeklier is aangetast, maar verderop gelegen lymfeklieren (nog) niet. Er zijn ook geen uitzaaiingen op dit moment.

Het meest waarschijnlijke ‘behandelpad’ op dit moment zou zijn: kijkoperatie, longoperatie (waarbij er één longkwab plus de bijbehorende splitsing wordt weggehaald), daarna chemo. Misschien ook nog bestraling, maar dat is lastig te voorspellen op dit moment. Kortom, de komende maanden ben ik hier wel zoet mee.

En daarna? Geen idee. Er zijn zoveel verschillende scenario’s en ze zijn stuk voor stuk niet te voorspellen. Misschien slaat de behandeling aan. Misschien niet. Misschien ben ik een tijdje kankervrij. Misschien niet. Misschien ben ik iets langere tijd kankervrij. Misschien niet. Wat wel redelijk accuraat te voorspellen is: oud ga ik hier niet mee worden. Longkanker is de dodelijkste vorm van allemaal en heeft de vervelende neiging om vroeg of laat terug te komen.

Zo, het is er uit. Veel mensen om me heen waren al op de hoogte, maar ik moest toch even een drempeltje over om ‘t hier, op dit internetplekje van mij, ook maar kenbaar te maken. Per slot van rekening zal ‘t mijn vermogen om de komende maanden hier te schrijven wel eh… beïnvloeden, op z’n zachtst gezegd. Misschien ga ik er over schrijven. Misschien heb ik daar helemaal geen zin in. Geen idee.

En wat doet dat dan? Want ja, zo’n bericht zet je leven behoorlijk op z’n kop. Op zich ben ik vrij rustig over het gedeelte ‘oké, ik heb longkanker en ik zal hier ergens in de komende jaren dood aan gaan’. Ik was me al redelijk bewust van mijn sterfelijkheid (vanaf ‘t moment dat je voor ‘t eerst ademhaalt in deze wereld staat doodgaan sowieso op de planning) en ik ben ook niet bang voor de dood. Ik ben er behoorlijk van overtuigd dat dood zijn niet iets onaangenaams is. En trouwens, ik zou wel een lousy bouddhiste zijn als ik wél bang zou zijn voor de dood, toch?

Maar dat is natuurlijk niet alles. Ik ben me verschrikkelijk bewust van het verdriet dat dit veroorzaakt bij m’n kinderen. Nu, in de tijd die gaat komen, in de tijd na m’n overlijden. Al die momenten die ik er niet voor ze zal kunnen zijn. Dat ‘even aan mama vragen’ niet meer kan. Dat de kleinkinderen die er nu zijn maar weinig van me mee zullen krijgen, omdat ze nog zo jong zijn. Dat ik toekomstige kleinkinderen misschien nooit zal leren kennen en zij mij ook niet. Daar komt bij dat m’n kinderen geen contact meer hebben met hun vaders – ik heb altijd geprobeerd om twee-ouders-in-één te zijn. Maar dan raken ze nu ook twee-ouders-in-één kwijt.

Dat doet pijn, ja. Onvoorstelbaar pijn. Zoveel pijn dat ik daar nauwelijks bij in de buurt kan komen.

En ik zou liegen als ik zou doen alsof ik niet tegen de behandelingen en alle bijwerkingen daarvan op zie. Ik zie daar behoorlijk tegenop.

Morgen misschien meer.

 

P.S. en ben ik al gestopt met roken? Ik ben hard op weg. Ik zit nu op twee peukjes per dag, wat enorm is als je bedenkt dat ik van de 30 tot 40 peuken per dag kom. Nul komt dichterbij, als het volgens planning gaat binnen nu en vier dagen. Beter te laat dan nooit.

WordPress theme: Kippis 1.15