Overwegingen bij de Code Rood actie (deel 2)

In de vorige overwegingen over het actiekamp en de blokkade van Code Rood kwamen onderwerpen als de strakke organisatie en opstekers en missers ten aanzien van kolonialisme als onderliggende lijn ter sprake. In dit tweede deel aandacht voor de politie-inzet en dwingende de-escalatie binnen de eigen gelederen.

 

Opdringerig

Eerst maar eens de politie-inzet, die op z’n minst als behoorlijk opdringerig aan te merken was. Niet alleen doordat het blokkadeterrein voortdurend omringd was met allerlei eenheden (BraTra’s uit Amsterdam en Noord-Nederland hebben het hele weekend paraat gestaan – en zich kapot verveeld, maar daar kom ik straks op terug), maar ook omdat er nogal zwaar ingezet werd op ‘informatievergaring’. Dat was niet alleen te merken aan de aanwezigheid van de Enige Echte Haagse camerabus (wie had die Big Brother bus ook alweer ontworpen? Oja, Chris Haeren) en nog een handvol andere camera’s, maar ook aan de vermoeiende hoeveelheid agenten die tot in den treure toe tegen de afspraken in het blokkadeterrein betraden en nieuwkomende activisten belaagden met ‘gezellige kletspraatjes’. De frisbeeënde agent was een triest dieptepunt in dat schijnheilige gedoe.

Een artikel in het Dagblad van het Noorden (achter een registratiemuur, inhoud is hier te lezen) lichtte een tipje van de sluier op over de beweegredenen van de politie voor die overdreven inzet op informatievergaring: men vermoedt – hou je vast – infiltratie van extreem-linkse elementen in het gaswinningsdossier. Sterker nog, volgens datzelfde artikel zou het een ‘kraamkamer voor gewelddadige eenlingen’ zijn. In dit artikel wordt ene Berrie Hanselman geïnterviewd, ex-AIVD’er die tegenwoordig met pensioen is, maar zich nogal vastbijt in wat hij ervaart als geweld binnen extreemlinkse kringen. Het artikel is – mijns inziens – hilarisch. Twee van mijn workshops worden aangehaald als voorbeeld voor het ‘extremistische karakter’ van het Code Rood kamp en er is zelfs nog een vermelding over ‘dames op leeftijd die hele rare dingen doen, maar dan meer in het kader van acties tegen het Nederlandse asielbeleid’ waar ik mijzelf en een bijzonder goede strijdkamerade van me in kan herkennen. De ondertoon is minder grappig: ondanks het feit dat het juist extreem-rechts is dat zich schuldig maakt aan persoonsgericht geweld en niét extreem-links, blijft de linkse tak steeds maar dat labeltje van gewelddadig opgeplakt krijgen en wordt dat label misbruikt om verregaande repressie en monitoring te vergoelijken.

 

Politiegeweld. Duh.

Terug naar het Code Rood actiekamp, want de politie-inzet beperkte zich niet tot schijnheilige lulpraatjes. Je zet niet eenheden van over het hele land een weekend lang in om ze alleen maar te laten ouwehoeren, er moet per slot van rekening ook nog wel gemept worden. Waar moet je anders heen met je speed-opgejaagde testosteron? En dus werd er gemept. Dat het alleen maar om het meppen op zich ging, bleek wel uit de ‘aanleidingen’. In het eerste geval was er een poging om een spandoek aan een hek te hangen (dat moet haast wel een handvol ‘gewelddadige eenlingen uit de kraamkamer’ zijn geweest). Dat verliep opmerkelijk: de politie raakte wat in paniek bij het zien van het spandoek. Er werd wat geduwd en getrokken, de politie trok zich terug, hoera-geroep volgde uit de groep demonstranten en het spandoek werd met tiewraps aan het hek vastgemaakt. Klaar, zou je denken. Geef het een minuutje en iedereen gaat weer zitten, een hapje eten, een beetje kletsen of yoga doen. Maar nee, de politie besloot om met getrokken wapenstok terug te komen en een gebied van ongeveer vijf meter bij het hek met veel geweld ‘schoon te vegen’. Toen iedereen dan vijf meter verder stond, vond de politie het weer welletjes geweest en trok men zich terug. Het spandoek bleef hangen en in de loop van de uren daarna werd het vijf-meter gebied weer gewoon ingenomen door ons. Wat dus het nut was van dat ‘ingrijpen’ is mij onduidelijk. Behalve als het doel het angst aanjagen van naïeve DWARS-jongeren was (hier kom ik ook later op terug).

De tweede keer politiegeweld was naar aanleiding van een onaangekondigde demonstratie bij een gaswinningslocatie vlakbij. Hier kreeg ik een vervelende nasmaak van, want wat bleek bij navraag? Er was geen enkele vordering of aanwijzing aan het geweld vooraf gegaan. Geen ‘hier spreekt de politie’, ‘doe dit of doe dat’, geen ‘ga weg anders gebruiken we geweld’ – niets van dat al. Ook geen arrestaties. Alleen maar arrestatieteam-agenten die uit een busje sprongen en uit het niets op mensen in begonnen te slaan.

Dat, oplettende lezertjes, is dus het resultaat van al die keren dat de politie wegkomt met geweld tegen demonstranten. Dat ze nu niet eens meer de moeite nemen om te doen alsof het gerechtvaardigd zou zijn. Hier gaan de maskers af: het gaat niet om ‘wetsdienaren’ die ‘de orde handhaven’, want er werden geen wetten gehandhaafd. En het gezicht dat onder het masker vandaan komt, is het gezicht van een psychopathische knokploeg die zichzelf boven de wet verheft.

 

De dwingende vuist van de de-escalatie

Ik ben natuurlijk niet dom. Ik weet donders goed wat het doel was van het politiegeweld en het gaat verder dan alleen de psychopaat uithangen of testosteron ruim baan geven. Het had een hele duidelijke reden vanuit het perspectief van de politie en tot mijn ongenoegen werkte dat nog ook.

Code Rood was een prachtige diverse groep: van doorgewinterde activisten tot en met enigszins naïeve beginners die er niet eens vanuit gingen dat er een politielinie zou staan. Hulde aan de onstane diversiteit op ervaringsniveau. Het zegt iets over de mobilisatiecapaciteit van Code Rood, over het maatschappelijk draagvlak en over de laagdrempeligheid van de actie. Maar daar waar de wat meer ervaren activist politiegeweld verwacht en zich daar ook niet zoveel van zal aantrekken, schrikt het de beginnende activist behoorlijk af. Dat is de voornaamste reden geweest om de wapenstok te trekken: afschrikken.

En ik zei het al, tot mijn ongenoegen was dat nog effectief ook.

Na het eerste geweldsincident bij het hek sloeg de festivalstemming een beetje om. Op zich vind ik dat geen probleem, want een blokkade is wat mij betreft een blokkade en geen festivalletje, maar nu was er een groeiende groep mensen die coûte que coûte potentiële confrontaties wilde voorkomen. En onder die vlag werden in de spokescouncils aanvullende acties efficiënt om zeep geholpen. Er kwamen bijna beschuldigende vingers die de affiniteitsgroepen met plannen voor aanvullende acties verweten dat ze zich niet aan de actieconsensus hielden. Niets was minder waar, want de actieconsensus was wat mij betreft perfect: duidelijke grenzen, maar wel een militante toon én de ruimte voor verschillende acties. Het waren juist de de-escalatisten die zich daarmee niet aan de actieconsensus hielden en deze veel krapper maakten dan die oorspronkelijk was. De ene vergadering na de andere, overdreven betutteling: het boorde iedere poging tot méér de grond in, het vertrouwen brokkelde af en uiteindelijk mondde het uit in een tandeloos en lamlendig doe-maar-niet-sfeertje. (Vandaar dat de BraTra zich de hele blokkade kapot heeft verveeld.) Bah, ja. Hoewel ik het kamp en de blokkade over het geheel als zeer positief ervaren heb, riep dit bij mij veel weerstand en teleurstelling op.

Behalve de schrik na het politiegeweld werd er ook regelmatig een ander argument voor de-escalatie naar voren gebracht: het beeld dat in de media naar voren zou komen. Misschien wordt het tijd dat die media-obsessie eens losgelaten wordt en dat iedereen begrijpt dat je sowieso geen controle hebt over het beeld dat in de media naar voren komt, dat de media zich sowieso aan de kant van de staat schaart en dat iedere gelegenheid sowieso zal worden aangegrepen om een actie te ridiculiseren, minimaliseren of criminaliseren. Wat we ook doen, wat we ook niet doen. Het maakt niet uit. Laat dat nou eens los. We klagen steen en been over de media, maar tegelijkertijd geven we ze veel te veel macht door ons zo door een illusoir mediabeeld te laten dicteren.

Die schijnbare verdeling in radicalen en de-escalatisten brengt me gelijk bij de tweede onderliggende reden voor het politiegeweld: verdeel en heers. Het politiegeweld was niets meer en niets minder dan een potje stoken om de klassieke tegenstelling tussen gematigden en radicalen aan te scherpen. Lees bovenstaand stukje en je zal zien dat zelfs ik daar in trapte.

Vanuit die constatering ga ik maar eens werken aan een workshop voor een volgende Code Rood actie: hoe bouw je immuniteit op tegen de verdeel en heers tactiek? Hoe zorg je ervoor dat de gelederen gesloten blijven na provocatie en escalatie vanuit de politie? Lijkt me een interessante aanvulling op het programma.

Morgen deel 3, met een nabeschouwing op de inzet van het Support & Recovery team.

WordPress theme: Kippis 1.15