De situatie in Afghanistan nu

Ieder jaar wordt er door de UNHCR een gedetailleerd rapport aangelegd over de situatie in Afghanistan. Deze rapporten worden overgenomen in de Algemene Ambtsberichten en zouden leidend moeten zijn in overwegingen voor onder andere migratie- en terugkeerbeleid.

Het meest recente Algemene Ambtsbericht over Afghanistan dateert van juli 2012 en is nog steeds van kracht. Hieronder volgt een beschrijving op het gebied van wet en handhaving, geweld, de situatie van vrouwen en de situatie van kinderen. Tot slot volgt een korte uitleg over het Nederlandse terugkeerbeleid en het standpunt van de UNHCR hierin.

 

Wet en handhaving

  • Straffeloosheid blijft diepgeworteld in Afghanistan. (–) Ondanks het feit dat slachtoffers en hun families mensenrechtenschendingen en/of oorlogsmisdaden op individuele basis bij de rechter wel aanhangig kunnen maken, kan dit in de praktijk gevaarlijk zijn.
  • (–) Toch verkeert het Afghaanse rechtsstelsel nog altijd in slechte staat. Het kampt met ernstige en systematische problemen, waardoor de wet de facto geen bescherming biedt aan burgers.
  • Het komt voor dat personen maanden worden vastgehouden zonder aanklacht en zonder toegang tot rechtsbijstand. Verder zijn er berichten, dat familieleden (onder wie ook kinderen) van verdachten worden vastgezet totdat de verdachte zelf is gearresteerd. (–) Er zijn berichten over gevangenis-bewaarders die vrouwelijke gedetineerden verkrachten.
  • De NDS en de ANP zijn de belangrijkste Afghaanse veiligheids-organisaties die personen arresteren en gevangen nemen die verdacht worden van conflict-gerelateerde misdrijven. (–) De NDS voert willekeurige arrestaties uit en neemt mensen in detentie zonder hen toegang te verschaffen tot advocaten, familie of rechtbanken. Uit onderzoek van UNAMA is in deze verslagperiode naar voren gekomen dat in NDS-detentiecentra wordt gemarteld. (–) Foltering en mishandeling komen voor bij zowel de ANP als de NDS. Ook kinderen onder de 18 hadden te maken met foltering door de ANP en de NDS volgens het UNAMA rapport.
  • De huidige grondwet en het wetboek van strafrecht van 1976 voorzien in het opleggen van de doodstraf. In 2011 waren er in Afghanistan meer dan 140 ter dood veroordeelden.

 

Geweld

  • Criminelen, opstandelingen (onder andere door middel van bermbommen, zelfmoordaanslagen, illegale checkpoints), lokale commandanten, maar ook de ALP, ANP en de grenspolitie (afpersing, checkpoints, bedreigingen, intimidatie, ontvoering) kunnen een risico vormen voor vervoer over de weg, vooral ‘s nachts. Onveiligheid vormt de grootste beperking van de bewegingsvrijheid. Geweld door opstandelingen, bandieterij, landmijnen, niet afgegane explosieven en IED’s vormen grote obstakels voor de bewegingsvrijheid.
  • In heel Afghanistan komen ontvoeringen voor losgeld of als intimidatiemethode voor door criminele bendes en opstandelingen waaronder de Taliban.
  • In Afghanistan komen buitengerechtelijke executies en moorden voor. (–) Executies door de Taliban, bijvoorbeeld door middel van ophanging, onthoofding of met een vuurwapen dienen ter waarschuwing en afschrikking van omstanders. (–) In grote delen van Afghanistan komt onder verscheidene etnische groepen eerwraak (wat in sommige gevallen kan leiden tot buitengerechtelijke executies en moorden) en bloedwraak voor.

 

De situatie van vrouwen

  • Zina betekent geslachtsgemeenschap tussen twee individuen buiten het huwelijk om. Terwijl zowel mannen als vrouwen strafrechtelijk vervolgd kunnen worden voor zina, gebeurt dit bijna alleen bij vrouwen. Strafzaken op het terrein van zina worden meestal gevoerd op basis van dubieuze beschuldigingen, gebaseerd op weinig betrouwbare bekentenissen (bijvoorbeeld omdat deze door intimidatie zijn verkregen). Wanneer je als vrouw geen bewijs hebt voor verkrachting en toch een aanklacht indient bij de politie, kun je beschuldigd worden vanwege zina.
  • Indien de leefstijl van een naar Afghanistan teruggekeerde vrouw naar de mening van haar familie niet conservatief genoeg is (sociaal gedrag, seksuele oriëntatie, het nastreven van een eigen carrière of kritiek op het Afghaanse familieleven) loopt zij een reëel risico het slachtoffer te worden van huiselijk geweld, opsluiting of eerwraak.
  • Traditionele gewoontes zoals kindhuwelijken, weggeven van meisjes om conflicten op te lossen, gedwongen afzondering in het huis, uithuwelijken en eerwraak, die de rechten van vrouwen en meisjes schaden, zijn alomtegenwoordig in Afghanistan en komen in verschillende mate voor in alle gemeenschappen. De Afghaanse overheid is niet in staat de rechten van vrouwen en meisjes afdoende te beschermen.
  • Geweld tegen vrouwen komt in heel Afghanistan, de steden Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif incluis, op grote schaal voor. (–) In Afghanistan bestaat een levendige vrouwenhandel. Vrouwenhandel vindt met name plaats in het licht van seksuele uitbuiting, gedwongen huwelijken of dwangarbeid in huishoudens in Pakistan en Iran, en vermoedelijk ook in India.
  • Ook in deze verslagperiode kwam het voor dat vrouwen zichzelf verminkten of zelfmoord pleegden teneinde aan hun uitzichtloze situatie te ontsnappen. Dit lijkt volgens UNAMA een groeiende trend in sommige delen van Afghanistan. Een belangrijke oorzaak van zelfverminking is het gedwongen huwelijk.
  • Op 2 maart 2012 heeft de Ulema Raad een verklaring (‘resolutie’) uitgebracht waarin onder andere passages zijn opgenomen over de positie van vrouwen. Zorgwekkende passages in de verklaring waren onder andere dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen en niet zouden mogen reizen zonder een mannelijke begeleider. Vrouwen zouden ook onnodige contacten met mannen moeten voorkomen (tijdens studie, werk, buiten). De verklaring van de Ulema Raad is gepubliceerd op de website van het presidentieel paleis. De verklaring plus de aanwijzing van de minister van cultuur dat vrouwen in de media verplicht een hoofddoek moeten dragen evenals mogelijke verzoeningsgesprekken met de Taliban zijn reden tot zorg voor veel vrouwen in Afghanistan.

 

Kinderen

  • Zoals (-) aangegeven kent Afghanistan het op 1 na hoogste zuigelingensterftecijfer ter wereld. Van de kinderen haalt 20% het vijfde levensjaar niet. Kinderarbeid is wijdverbreid, voornamelijk vanwege armoede. Kinderhandel, in het bijzonder voor kinderarbeid, drugssmokkel en prostitutie, komt veel voor, met name in grensgebieden met Iran en Pakistan. Gedwongen bedelen is een groeiend probleem in Afghanistan.
  • ‘Bacha bazi’, waarbij jongetjes en jonge mannen als vrouw worden verkleed en moeten dansen voor een mannelijk publiek, is een Afghaans gebruik en wordt door Afghanen niet als homoseksualiteit beschouwd. Het gaat bij ‘bacha bazi’ vaak om jongens die hiertoe gedreven worden wegens armoede, dwang of geweld, geen familie meer hebben of zijn verstoten. Deze jongens worden beschouwd als statussymbool voor hun ‘eigenaar’ of ‘meester’. Seksueel misbruik van dergelijke jongens komt voor.
  • Vanwege de slechte veiligheidssituatie zijn kinderen kwetsbaar voor conflict gerelateerd geweld. Taliban en andere opstandelingen waren verantwoordelijk voor de meeste kindslachtoffers door onder andere toegenomen gebruik van (complexe) IED’s en zelfmoordaanslagen. Kinderen werden verder (onbedoeld) slachtoffer van nachtelijke huiszoekingen en luchtaanvallen door pro-overheidstroepen. Ook werden kinderen het slachtoffer van landmijnen en andere explosieven.
  • Taliban en andere opstandelingen zetten kinderen in voor hun strijd tegen de Afghaanse autoriteiten en de internationale gemeenschap. Er zitten kinderen in de gevangenis op beschuldiging van terrorisme, zowel in Afghaanse gevangenissen als in gevangenissen van de internationale strijdkrachten.
  • Seksueel misbruik van kinderen, zowel van jongens als meisjes, is alomtegenwoordig in Afghanistan. Het is niet duidelijk gedefinieerd als een misdaad in de Afghaanse wet en daders worden nauwelijks ter verantwoording geroepen. Slachtoffers van misbruik krijgen weinig bescherming. Kindslachtoffers, zowel jongens als meisjes, worden vaak gearresteerd en vervolgd vanwege hun intentie zina te plegen.
  • Volgens de VN worden kinderen vooral ontvoerd door criminelen die losgeld eisen of kinderen inzetten voor de prostitutie. AGE’s ontvoeren kinderen om verschillende redenen als vergelding, ronseling, losgeld en druk om iemand, gevangen genomen door de autoriteiten, vrij te laten of te ruilen.

Nederlands uitzettingsbeleid naar Afghanistan

In maart 2003 ondertekenden Nederland, Afghanistan en UNHCR een Memorandum of Understanding, dat ook gedwongen uitzetting mogelijk maakt, mits relevante humanitaire aspecten zijn meegewogen. Dit MoU is nog steeds van kracht. Gedurende de verslagperiode zijn vanaf september 2011 tot 1 maart 2012 circa 50 Afghanen gedwongen uitgezet naar Afghanistan.

Standpunt UNHCR

Het uitgangspunt van UNHCR is dat de organisatie niet meewerkt aan gedwongen terugkeer naar Afghanistan. Volgens UNHCR is de situatie van iemand die gedwongen terugkeert naar een gebied waar hij geen netwerk heeft niet te vergelijken met de positie van iemand die er bewust voor kiest om terug te keren en hiervoor informatie heeft kunnen inwinnen en zich anderszins heeft kunnen

voorbereiden. Terugkeer uit Pakistan en Iran met hulp van UNHCR vindt doorgaans op vrijwillige basis en meestal in groepsverband via de vrijwillige terugkeercentra plaats, waarbij het sociale netwerk nog enige bescherming biedt, al is dit niet gegarandeerd. Een uitgezet individu moet het vaak zonder dergelijke verbanden zien te redden.

Het Nederlandse standpunt dat gedwongen terugkeer uitsluitend plaatsvindt naar Kaboel en dat het betrokkene vervolgens vrij staat zelf verder te reizen naar waar hij maar wil, wordt door UNHCR niet gedeeld. UNCHR pleit in dit verband voor een case by case onderzoek. UNHCR stelt zich op het standpunt dat het niet verantwoord is om iemand gedwongen terug te sturen naar een gebied waar hij geen sociaal netwerk heeft. Ook in Kaboel en andere steden is het volgens UNHCR

vrijwel onmogelijk een bestaan op te bouwen indien men de steun van de eigen gemeenschap moet ontberen. Dit geldt met name voor gedwongen terugkeerders afkomstig uit westerse landen.

Voorts meent UNHCR dat van een persoon niet mag worden verlangd dat hij door onveilig gebied moet reizen teneinde op zijn veilige eindbestemming te arriveren.

Daarnaast is het volgens UNHCR onwenselijk een binnenlands vestigingsalternatief te overwegen indien een persoon een gerede vrees heeft voor vervolging in enig deel van Afghanistan.

UNHCR en de Afghaanse autoriteiten hebben dezelfde standpunten op het gebied van gedwongen terugkeer.

 

(Bron: Algemeen Ambtsbericht Afghanistan, juli 2012)

WordPress theme: Kippis 1.15